Voorzijde: een bellen blazende putto zittend op een doodshoofd met de zeep in een mosselschelp als vanitas symbool; de kwetsbare kortstondigheid van het leven wordt symbolisch vergeleken met de fragiliteit van een luchtbel. Het doodshoofd rust op een heuveltje. Achter de putto vier vrouwen die, gezien huin identieke kleding, begijnen zouden kunnen zijn. Elk heeft ...