Vorken, messen en lepels werden opgeborgen in bestekbakken die soms rijk versierd waren. En ook lepelrekken waren soms ‘kunstwerkjes’ op zich. Ze werden gedecoreerd met beschilderingen: van vrij eenvoudig en abstract, tot figuratieve voorstellingen van landschappen. Ook houtsnijwerk leende zich goed voor de decoratie van lepelrekken; verwijzingen naar Oudhollandse stijlen waren in de mode.