Vloeistofpreparaat van larven van de paardenhorzel in de maag van een paard. De paardenhorzel legt eitjes op de manen, hals, en onderbenen. Paarden likken deze op en de larven hechten zich aan de maagwand. De larven verlaten het paard met mest, boren zich in de grond en verpoppen daar tot nieuwe horzels.