Dit Zuid-Slavische tokkelinstrument is uit één stuk fruitbomenhout (vermoedelijk perenhout) in een lepelvorm gemaakt. Het voorblad is van vurenhout, de bovenste helft is gefineerd met een donkere houtsoort. Op het amandelvormige voorblad bevinden zich drie groepen van vijf kleine klankgaatjes. De kam, boven- en onderkiel zijn van ebben. De stemschroevenhouder eindigt in een vioolkrul; ook ...