Pijlpunt voorzien van schachtdoorn en weerhaken. Door hun kenmerkende vorm worden dit "Sparrenboom spitsen" genoemd. De pijlpunten werden met de schachtdoorn (middelste deel) ingeklemd op de houten pijl . Daarna werd deze vastgezet met houtteer en omwonden met bijvoorbeeld pees, darm of vezels van boombast. Houtteer werd verkregen door het verbranden van berkenbast.