Op een gang spelen vier kinderen, drie meisjes en een jongen, het spel 'kaarsjesspringen'. Hierbij moeten zij over brandende kaarsen die op de grond staan springen zonder dat de kaarsen omvallen, uitgaan of dat ze zichzelf eraan branden. Een meid met een kat op de schouder en een oude vrouw kijken lachend naar het spel.