Een oude kluizenaar zit op een tijgervel voor een rotshol, dat hem tot woning dient. Hij houdt een gebedsnoer in de rechterhand. Een leerling wuift hem koelte toe met een waaier van pauwenveren. Twee hovelingen hebben zich voor de kluizenaar neergezet. De één tokkelt op een snaarinstrument, de ander klapt de handen tegen elkaar. De ...