Vermoeid zit de arbeider voor een kachel, het hoofd voorovergebogen: symbool van moedeloosheid die tijdens de crisisjaren werd ervaren. Loeber streefde naar een kunst die voor iedereen begrijpelijk was en het ‘algemeen-menselijke’ verbeeldde. Hoewel ze later beweerde dat het onderwerp van ondergeschikt belang was aan dit doel, koos ze vaak voor fabrieken en arbeiders.