Een optocht van allegorische vrouwengestalten trekt naar een ronde tempel op een berg op de achtergrond. De optocht van vrouwengestalten wordt afgewisseld door twee zegekarren, waarop Mercurius met een harp, een naakte vrouw met een klein orgel en een jeugdige Silenus op een wijnvat zijn gezeten. De optocht wordt voorafgegaan door een panfluit spelende sater, ...