Jode, Gerard de
toegeschreven aan Collaert, Adriaen
De vijfde engel blaast op de bazuin en een vallende ster opent de bodemloze put, waaruit rook en sprinkhanen te voorschijn komen die de mensen zonder stempel op hun voorhoofd pijnigen. In de marge een vierregelig onderschrift in het Latijn. Tiende prent uit een serie van vierentwintig met de openbaring van Johannes op Patmos.