Rond een standbeeld dat bekroond is met drie putti, waarvan een met pijl en boog, dansen putti hand in hand. Rechts wordt Proserpina door Pluto, de god van de onderwereld, ontvoerd in zijn wagen. Links op de achtergrond blijven de vriendinnen van Proserpina achter. Links op een wolk zitten Venus en Amor met de fakkel ...