Vijf hofmaarschalken te paard op een rij, ieder van hen houdt een attribuut vast dat verwijst naar hun taak aan het hof. De ruiter vooraan is een bekerdrager met een beker, de volgende zijn achtereenvolgens een kok met een grote lepel, twee mannen met scharen, een kapper en een kleermaker, en een schoenmaker met een ...