Eén van serie van zes. De zoon (Filius Prodigus) wordt door Armoede (Paupertas) verdreven, terwijl Bijgeloof (Superstitio) en Ketterij (Haeresis) hem de weg wijzen naar de Synagoge van Satan (Synagoga Sathanae). Daar knielt hij voor een man op een troon. Op de troon staat het woord Ziekte (Morbus), op de zuil Eigenwijsheid (Obstinatio).