Zie, jeugd! den nyvren boer, niet aarslende in zyn pligten / Zyn werk, in elk gety van 't jaar, met vlyt verrigten, / Terwyl de visscher vischt, de jager gaat ter jagt, / En ook de wintervreugd door andren wordt betracht
anoniem
vermeld op object
Blad met 36 voorstellingen van het werk van de boer, de visser en de jager en ijsvermaak. Onder elke afbeelding een tweeregelig vers. Genummerd: No. 90.