Zie, jeugd! den 'nyvren boer, niet aarslende in zyn pligten, / Zyn werk, in elk gety van 't jaar, met vlyt verrichten, / Terwyl de visscher vischt, de jager gaat ter jagt, / En ook de wintervreugd door andren wordt betracht
anoniem
vermeld op object
Blad met 18 voorstellingen van boeren, vissers en jagers aan het werk. Onder elke afbeelding een tweeregelig vers. Genummerd rechtsboven: No. 212.