H. Martinus staat achter zijn paard op een narrenschip. Over zijn arm hangt zijn mantel, die door bedelaars aan wal wordt vastgehouden. Enkele narren zijn in gevecht met narren in een roeiboot, die naast het narrenschip ligt. Aan de waterkant lopen, kruipen en rollen enkele figuren, die in de tekst in de marge aangeduid worden ...