De Hoge Raad van Europa voorgezeten door de Engelse koning Edward VII hoort de zaak aangespannen door de Ottomaanse sultan Abdülhamid II, over aantasting van zijn eigendommen, de landstreken Bosnië, Herzegowina, Bulgarije en Kreta, door Europese vorsten, de inbrekers, maar oordeelt in het voordeel van de Europese inbrekers.