Schabaelje, Jan Philipsz
Visscher, Claes Jansz. (II)
anoniem
Tien van Jozefs broers zijn naar Egypte gekomen om graan te kopen. Jozef, die rechts staat met een scepter in zijn hand, beschuldigt hen van spionage. De broers proberen aan Jozef, die ze niet als hun broer herkennen, uit te leggen wie ze zijn. Jozef laat ze gaan, maar eist van hen dat ze terugkomen ...