Friedrich, Caspar David
Friedrich, Christian Adolf
Een vrouw staat aan de rand van de afgrond terwijl zij zich nog vasthoudt aan een dode boomstronk. Haar haren wapperen in de wind. In een dode boom zit een raaf en er vliegt een raaf boven de afgrond. Op de grond kruipt een slang. In de verte zijn silhouetten van bergtoppen weergegeven.