Loden penning. Voorzijde: beschenen door hemellicht strekt vrouw met wapenschild, haar arm, waaromheen slang kronkelt, uit naar brandend altaar, versierd met guirlande; achter haar een afgebroken en een met lauwerkrans omhangen zuil; afsnede: wapenschild. Keerzijde: leeg veld binnen myrtekrans en omschrift