Zwarte pot van aardewerk met rechtopstaande hals, waarvan de beide oren zijn afgebroken. Van onderen snel zich verwijdend, een ombuiging naar binnen, waarop direct de hals volgt. Op de ombuiging een versiering van telkens 3 verticale opliggende ribbels, afgewisseld door een rond kuiltje. Deel van de hals ontbreekt; verlijmingen aan de buik.