Reizigersvervoer. Tramrijtuig op twee vaste assen. De rijtuigbak heeft aan weerszijden drie grote ramen en daarboven kleine ventilatieramen. Aan beide zijden een gesloten afgerond balkon met stuurstanden en twee koplampen. Op het dak bevindt zich een schaarbeugel voor de stroomafname. De tram is blauw en lichtgrijs geschilderd.