Mevrouw K. Kallewaard uit Colijnsplaat, gekleed in Noord-Bevelandse streekdracht. Ze draagt de lange sluiermuts met daaronder een zwarte ondermuts. In de ondermuts is een oorijzer gespeld met 'krullen' aan de uiteinden. Aan de krullen hangen gouden 'catrieljebellen', bezet met pareltjes en granaatjes. Naast de krullen is een paar gouden 'torenspelden' ingestoken.