Lubbetje van der Maaten-Blaauw (1892) uit Doornspijk, gekleed in de streekdracht van de Noordwest-Veluwe. Lubbetje draagt de opknapdracht. Over de gedessineerde ondermuts draagt ze een zilveren oorijzer met gouden 'krullen' aan de uiteinden. Over jak, kroplap en schouderdoek heeft ze een jak dat middenvoor sluit met een grote sierstrik. Om haar hals draagt Lubbetje een ...