Vrouw in protestantse Zuid-Bevelandse streekdracht. Ze is gekleed in zondagse dracht. In de ondermuts zijn twee paar mutsspelden gestoken, waaronder de zogenoemde bolspelden. De bolspelden raken bij de protestantse dracht omstreeks 1910 uit de mode. Over de schort draagt de vrouw een ceintuur met middenvoor een strik.