Drie mannen in Urker streekdracht. Van links naar rechts: W. Bestevaer, Lubbert Bakker en G. Timmerman. De twee linker mannen dragen een zogenoemd rökkie (zwart jasje). De rechter man draagt een zogenoemd baadje (zwart jasje met dubbele sluiting). Op het hoofd dragen ze een 'karpoets' en aan hun voeten hebben ze trijpen pantoffelschoenen.