Winterwerk op het land. De Betuwse boeren zijn thans bezig met het wilgenknotten. Met hun scherpe bijlen hakken zij de takken uit de wilgen; de takken worden deels voor kachelhout gebruikt, terwijl uit de dikke takken, stelen voor rietens schoppen enz. maakt. Zodoende ontstaan de knotwilgen die bij het Hollandse landschap horen