Zwaard met een niobawa lawolo greep met vier grote slagtanden en rijtjes boven- en ondertanden. In de opengesperde bek is een tong te zien. Bovenop de kop is een bechu (boze geest) uitgesneden. Om de basis van de greep bevindt zich een messing manchet. De schede is iets gebogen en bestaat uit 2 bruine planken ...