Zwaar katoenen streepweefsel, twee weefselbanen in kettingrips; machinaal gesponnen garen, synthetisch geverfd, met de hand aangezet in de lengte. De kokernaad is opengetornd (in Europa). Motieven: scheringstrepen in oranjegeel, rood, zwart, crème en geel. Aan de zelfkant bruine strepen. Op elke weefselbaan vijf brede zwarte strepen geborduurd met spiegeltjes (cermuk), opgenaaid met wit, geel en ...