Een begrafenisstoet verlaat het kamp. De dode is in een tikar matje gewikkeld. De man voorop, met een bijbel in de hand, is Karel Cornelis, door zijn kampgenoten "Oom Karel" genoemd. Voor de oorlog was hij kok en feestredenaar bij bruiloften en partijen in Batavia, maar in het kamp hield hij zich met de begeleiding ...