In totaal zes strengen met daaraan geitenhoeven, waarbij 5 dunne strengen samengebonden zijn aan één dunne streng. Iedere streng is afzonderlijk afgebonden met grastouw of een bandje katoen. Het geheel is eveneens samengebonden met een lapje katoen. De strengen worden aan het einde van een stok gebonden voor het stampen van het ritme.