Karbouwenhoorn waarop een hagedis is uitgesneden. De punt is afgezaagd. De brede onderkant is voorzien van een houten stop waarop een mensenfiguur is uitgesneden, met op de rug een hagedis. De hoorn is een attribuut van een batakpriester, voor het bewaren van toverstof, pagar, dat voor verschillende doeleinden wordt aangewend.