Mieke Dohmen (1935) beschrijft hoe haar zorgeloze jeugd bij een goudmijn op Java abrupt eindigde door de Japanse inval. Nadat haar vader was afgevoerd, belandde zij met haar moeder en broertjes in diverse kampen, waaronder Kareës en Makassar. Mieke schetst een scherp contrast tussen kleine geluksmomenten, zoals stiekeme balletlessen en de vertrouwde slag van de ...