Kalebas met een handvat waaromheen touw gedraaid is, die half om de kalebas getrokken is en aan de andere kant weer aan het uiteinde van de steel is vastgemaakt. De kalebas heeft inkepingen, die uitgescheurd zijn. Langs deze inkepingen zijn aan weerszijden drie gaatjes geboord. Deze rammelaar wordt gebruikt door de piaiman, geestenbezweerder, geneesheer.