Kan; r-kan-93; hoge, bolle kan met naar binnen gebogen, afgeronde kraagrand, geknepen standvoet (vingerindrukken), verticaal worstoor; roodbakkend aardewerk (Vlaams-hoogversierd aardewerk); patroon van verticale lijnen van aangebrachte witte kleistrips; vlak onder de rand een decoratie van potgruis; gat in bodem; herkomst: Nederlanden