Sarcofaagdeksel; breed hoofdeinde en uitlopend in een smal voeteinde; versiering: binnen omlijsting, in het midden, een brede verticale strook, waarop een processiekruis; in de zijstroken aan weerskanten zes uitgediepte bogen; de grond van deze bogen is met de puntbeitel in een soort kruisversiering behakt; oppervlak verder glad