Wordt gewoonlijk gebruikt voor het dooreenvlechten van draden of stroken van verschillend materiaal, zoals riet, textiel of twijgen, om materialen of objecten zoals vlechtwerk, stof, manden of bloemkransen te maken. Wordt met name gebruikt voor het maken van textiel op een weefgetouw of een ander weefapparaat door middel van het ineenvlechten van schering en inslag in een bepaalde volgorde. (Toegepaste Kunst Project, RKD)
https://data.cultureelerfgoed.nl/term/id/cht/c248b67d-93ff-455b-a6cc-78fc88b14632
Gefigureerd enkelvoudig weefsel waarin het patroon wordt gevormd door het contrast tussen twee bindingseffecten. In de oorspronkelijke vorm werd gebruik gemaakt van het ketting- en het inslageffect van dezelfde binding, meestal een satijnbinding. Hierdoor is de figurering van de verkeerde kant identiek aan die van de goede kant. Men kan echter ook twee of meer verschillende bindingen toepassen. (AAT-Ned)
https://data.cultureelerfgoed.nl/term/id/cht/8d7133fd-d698-4c1a-91fe-ce978491b2ca
Trijp is een weefsel gemaakt van fluweel met een pool van geitenhaar en een grondweefsel van linnen. Door inpersing van blokken of rollen wordt een patroon aangebracht in het textiel. In de tweede helft van de 17de eeuw en begin 18de eeuw kende het trijp een belangrijke industrie in voornamelijk het Noorden van Nederland. Trijp werd vanuit Nederland onder andere geexporteerd naar Frankrijk en omliggende landen. Trijp is ook wel bekend als Velours d'Utrecht, vermoedelijk een Franse verbastering van velours de ‘trec’: het fluweel wordt doorgetrokken onder walsen waarop het patroon in relief is aangebracht. Tot in de 19de en 20ste eeuw bezat Hengelo een Trijp-weverij, die met de oude, bewaarde walsen werkte. Trijp is gebruikt als interieurtextiel. (Winkler Prins Encyclopaedie, Elsevier, 1954 zesde geheel nieuwe druk)
https://data.cultureelerfgoed.nl/term/id/cht/b916fb50-7be2-45b8-8886-459a22f3a509