Meisjestipdoek van wit katoenen batist getamboereerd met groen met rode bloemmotiefjes en blaadjes, langs de rechthoekzijden: een machinaal kloskantje, langs de andere een gebreid kantje; De lange zijde heeft dikkere ingeweven draden en is de zelfkant van de stof, deze is omgeslagen en gezoomd met rijgsteek. Vormt oorspronkelijk één geheel met T11204
Verwijst naar handwerken of materialen die worden gemaakt door het verbinden van lussen in een lang of doorlopend eind garen of draad met behulp van twee naalden; met verschillende soorten lussen of steken worden patronen of ontwerpen gemaakt. Sommige breiwerkvormen worden gemaakt met ronde naalden of meer dan twee naalden. Lussen in de lengterichting worden ribbels genoemd; lussen overdwars worden #courses genoemd. Breiwerk wordt meestal verwerkt tot kleding, spreien, kleden of andere huishoudelijke artikelen. De term kan ook verwijzen naar gebreide stoffen die met de hand of machinaal zijn gemaakt van onderling verbonden reeksen lussen van een of meer garens, waarbij elke rij in de voorgaande rij haakt. (AAT)
https://data.cultureelerfgoed.nl/term/id/cht/856cfbf2-6474-48a8-b962-97396682851a
machinaal kant
Batist of kamerdoek is een fijndradig weefsel in effenbinding, oorspronkelijk gemaakt van linnen, maar later ook van katoen of wol. Het weefsel is min of meer doorschijnend en het wordt gebruikt voor zakdoeken, blouses, mutsjes en dergelijke. Ook fijn textiel in de katholieke liturgie is vaak uit batist vervaardigd. Andere namen voor batist zijn kamerdoek, cambrics en nainsouk. (wikipedia)
https://data.cultureelerfgoed.nl/term/id/cht/689ce4c7-9aca-4ebb-b004-b13c8a03240d