Door Albertus Adrianus Houwink aan zijn voogden vereerd
Voorzijde: zittende vrouw houdt in de rechterhand scepter en ketting vast waaraan op de grond een liggende vijand; haar linkerhand rust op de kop van een leeuw; zij kijkt naar een adelaar die op haar rechterarm zit; voor haar, op de grond, een hand die slang bedwingt; achter haar een tombe waarop pelikaan op zijn ...