Voorzijde: de Vrijmetselarij als vrouw, in de opgeheven hand een acaciatak, in de ander 2 kransen, steunend op 2 schilden met de letters F en L, aan weerszijden van de vrouw zuilen met de letters J en B; omschrift in maçonnieke karakters ; Achterzijde: embleem van de Vrijmetselarij, een driehoek met daarin de letter G ...