Waterketel uit de periode 1820 - 1850 gemaakt van messing en een koperen bodem. De bodem kan men door ringen van het fornuis weg te halen in het fornuis laten zakken. De ketel rust dan op het uitstekende bovendeel. De ketel heeft een deksel en een hengsel. De tuit is met een scharnierend klepje afgesloten.