Drieluik met exemplarische voorstellingen, waarop Hogerbeets, De Groot en Erpenius worden vergeleken met resp. Miltiades, T. Junius en Q.C. Metellus Numidicus, wier lotgevallen onder het portret met familiewapen van de onfortuinlijke zeventiende eeuwers zijn afgebeeld. Elke voorstelling wordt geflankeerd door een Althena met uil en een Mercurius.