Een terugkerend motief in de tekeningen van Ada Dispa zijn duivelachtige, tweegeslachtelijke wezens in carnavaleske taferelen. Dans verbeeldt ze vaak als een transformatie-ritueel dat appelleert aan diepe krachten en verlangens, en via destructie leidt tot nieuwe levenskracht. Het zes-armige personage met kleurrijk lapsjeskostuum in ‘Balkunstenaar’ lijkt een vermenging van een clownsfiguur en de hindoeïstische god ...
GMR 00047
Tekeningen
tekening
Museum Arnhem
Auteursrechtelijk beschermd - wel tonen, niet downloaden