Huisorgel met twee zachte fluitregisters en 333 pijpen (waarvan 332 origineel) in een achttiende-eeuws houten kabinet.
2
Kabinetorgel
Kleine orgels in een op een meubelstuk lijkend houten kastje, meestal met één manuaal en zonder pedalen, waarbij de bespeler met de voet lucht in de pijpen pompt. Van de 17e tot de 19e eeuw waren ze in Europa en Noord-Amerika populair voor huiselijk gebruik. (AAT-Ned)
https://data.cultureelerfgoed.nl/term/id/cht/6223bb7f-5001-41dd-973e-85b9eb074bc2