De kanunnik knielt en profil naar links op een met fijne zigzaggroeven aangeduide grond. Hij houdt zijn hoofd iets schuin en kijkt iets omhoog. Beide, nu verdwenen, handen houdt hij half geheven. Rond zijn grote tonsuur een smalle haarkrans. Hij is gekleed in een wijde superplie die rondom hem in vele kreukels de bodem bedekt. ...