Rode gebreide linkerhandschoen met gouddraad IHS in satijnen hartje, met boord van goudgalon
Maagden van den Hoeck
onbekend
1625 - 1649
De handschoen van rode, uiterst fijne wol, vormt samen met BMH t42k2 een stel.Ze zijn rond gebreid met waarschijnlijk vier zeer dunne pennen, waarbij rechte en averechte toeren elkaar afwisselen. Boven op het handgedeelte is een satijnen hartje geappliceerd met IHS, met in de H een kruisje. Het manchet heeft een strook gebreide ruitjes en ...