Een getijden- en gebedenboekje uit de tweede helft van de 15de eeuw. Geschreven in de (Noordelijke-)Nederlanden op grotendeels papier (sextodecimo formaat). Het handschrift telt 376 folia en bevat enkele eenvoudige penwerkinitialen. Gumbert weet verder nog te vermelden dat het om een mannelijk scribent gaat.