met schede; voor het koppensnellen; lemmet recht; één deel plat, flauw concaaf; het andere convex; de rug op twee plaatsen met ingegrifte vierhoeken met diagonalen; bij de punt: twee trapjes, recht stuk, dan ombuiging naar de snedepunt; bruin houten gevest, me vierhoekig verlengstuk naar de snedekant; boveneinde versierd; ondereinde met gevlochten rotan; zwarte hars op ...