Dolk met schede;lemmet sikkelvormig; rug: convex, iets gegolfd, smaller naar de punt; snede: concaaf, scherp vanaf iets voor het midden tot de punt; steelring van ijzer met rondgaande groeven. De greep van hoorn, rond aan het vooreinde; aan het achtereinde verbreed en ovaal in doorsnede; het achterstuk als een geopende bek van een dier, de ...