Koker met deksel; gebruikt voor het bewaren van 'gelukstorretjes'. Lage bamboekoker met ronde houten dop welke met abstract snijwerk versierd is (twee banden met driehoeken en in het midden een bloemmotief). Op de koker een ingekerfde Batakse tekst. Langs de boven- en onderrand een smalle sierband. De bodem is verdwenen. Herkomst: Rajabatak, Timorlanden, oost-Sumatra. DUT